Altijd carnaval

‘Wat er met ons ook ooit gebeuren zal, we vieren altijd carnaval….’ Een bekende zin uit de kraker ‘Bij ons staat op de keukendeur’ van De Twee Pinten. Al decennia oud, maar juist dit jaar zeer actueel! Vieren van carnaval is voor velen onderdeel van het Brabantse leven, ook bij ons in Goirle en Riel. Het leven dat al zo’n tijd ontregeld is.

 

Carnaval is het feest van verbinding, van ‘meej z’n allen’. Je viert het samen. Samen op pad, samen dansen, samen zingen, elkaar vastpakken en omhelzen. Een arm om iemand heen slaan en ‘meej ’n pilske’ bijbuurten. Dicht op elkaar, zodat het ook met de kou lekker wèèrm is.

 

Het Carnavalsvirus is dus in alle opzichten precies tegenovergesteld aan dat andere C-virus. En daarom is het zo moeilijk om het niet of nauwelijks te vieren. En toch was dit de opgave waar we voor stonden. Bij ons in Ballefruttersgat en Kaaiengat. Dit jaar waren er geen Prins, Prinses of jeugdprins en officiële gezelschappen. Geen sleuteloverdrachten, optochten of andere evenementen en feesten.

 

Toch gaven onze beide carnavalsstichtingen een passende invulling aan het feest en daarmee aan de onderlinge verbinding. Door het klein en online te houden. Denk aan de knutseloptocht voor de Kiezelkaaikes, de Rielse kinderen, en aan de succesvolle Lego-optocht met meer dan veertig wagens. Ik noem de uitgave van carnavalsglossy D’n Ballefrutter. Zelfs dit jaar. Of liever gezegd: juíst dit jaar! Ook de horeca zorgde hier en daar met alternatieve activiteiten voor verbinding, maar wel via beeld.

 

We deden een beroep op onze carnavalminnende inwoners om het niet te vieren. Dit jaar konden zij even niet op ‘Sjanternèl gaon’. Voor een carnavalsvierder voelt dat surrealistisch omdat het, zoals gezegd, onderdeel is van ons leven. Carnaval stroomt door onze aderen.

 

Corona en de maatregelen veroorzaken veel persoonlijk leed. In onze horeca en detailhandel, bij andere ondernemers, bij sport- en culturele verenigingen en vrijwilligersorganisaties. Bij jongeren en bij ouderen. Financiële en emotionele problemen, zoals eenzaamheid. Er worden grote offers gebracht. Het een jaar niet vieren van carnaval valt daarmee in het niet. Alles is betrekkelijk.

 

Maar dat laat onverlet dat ik onze beide carnavalsstichtingen en uiteraard alle Ballefrutters, Ballefrutterinnekes en Kaaien en Kaaiinen dank voor jullie medewerking! Via de Prinsensteek zijn veren onlosmakelijk met carnaval verbonden, maar u hebt laten zien dat carnaval ook in ander opzicht een veerkrachtig feest is!

 

Maar dat wisten we al dankzij de Twee Pinten, want ‘wat er met ons ook ooit gebeuren zal, we vieren altijd carnaval!’

 

Mark van Stappershoef

Burgemeester (én carnavalsvierder)