Column burgemeester: weer naar ons moeder

Op zaterdagochtend koffiedrinken bij ons pa en ons moeder. Dat deed ik al vele jaren. Vast stramien. Eerst toen ze nog zelfstandig woonden, maar ook nu in verzorgingshuis ’t Laar. Soms met Monique, soms met een van de kinderen. Maar doorgaans alleen. Mijn ouders zaten dan vaak al te wachten. Beneden in het zitje in het restaurant. Ze maakten niet veel meer mee. Ze hoorden onze verhalen van buiten, over ons en de kinderen. Voor hun een wekelijks hoogtepuntje. Voor mij een vertrouwd wekelijks rustmoment in mijn drukke burgemeestersbestaan.

Zo ook zaterdagochtend 14 maart. Later zou blijken dat dit de laatste keer was dat ik bij hun beiden op de koffie kwam. Want vanaf die maandag ging ’t Laar dicht voor bezoek en moesten bewoners binnen blijven. We konden alleen nog bellen. Al snel ging het niet goed met ons pa. Hij klonk neerslachtig en sprak zacht. We maakten ons zorgen. Eind maart gingen mijn zussen met toestemming én mondkapjes er heen en troffen hem slecht aan. Hij at al dagen niet meer. Hij belandde in bed, is bediend en overleed op woensdag 1 april.

We hebben er vrede mee; hij werd 91 en had een goed leven. Maar het besef dat we er die laatste dagen niet voor hem konden zijn, is hard. Bij de uitvaart mocht er naast kinderen en kleinkinderen niemand bij zijn. Na afloop kwamen we niet bij elkaar. Ons moeder moest direct terug naar ’t Laar. Alleen. Geen bezoek, geen troostende arm om haar heen. Niets van dat alles. Op afspraak mochten we haar zien. Achter een hek met plexiglas en drie meter ertussen. En we konden haar bellen. In het begin hield ze zich kranig. Maar daarna kwam het verdriet. Ze miste ons pa. En ze miste ons.

Op 25 mei kwam het verlossend bericht. Eén vaste bezoeker mocht komen. Op vaste tijden. Mijn jongste zus ging dit doen. Na twee maanden was ze weer in het woonkamertje van ons moeder. Voor beiden emotioneel. Sinds deze week is de regeling soepeler: voortaan vier vaste bezoekers. Nu ook mijn oudste zus, mijn broer en ik.

Dus vanochtend, zaterdag 20 juni, pakte ik de draad weer op: koffiedrinken in ’t Laar. Voortaan zonder ons pa. Formulier invullen, handen wassen en temperatuur meten. En toen eindelijk weer naar ons moeder. Nog niet in ’t restaurant, maar in haar appartement. Met een grote bos bloemen. Een schrale troost na een verdrietige periode.

Dit is mijn verhaal, maar zo zijn er vele verhalen. Corona raakt ons allemaal. Ook in Goirle is de situatie in de verzorgingshuizen nog verre van normaal. Het is nog steeds balanceren tussen wat kan en wat mag. Er was en er is veel verdriet. Ook bij bewoners van de Guldenakker en van Elisabeth en hun dierbaren. Voorlopig mogen we onze ouders nog niet écht in de armen sluiten. Dat moment gaat wel weer komen. Maar alleen als we het nu met zijn allen volhouden. Veel sterkte daarmee!

Mark van Stappershoef
Burgemeester